Een verloren paradijs

omslag-verloren-paradijs‘Een verloren paradijs’ gaat over het leven in de voormalige Sloterpolder bij Amsterdam. Dit leven wordt beschreven aan de hand van het verhaal over het gezin waarin de moeder van de schrijver is opgegroeid. Zij is een dochter van Karel Kenter en Anna Overwater die met hun 11 kinderen van 1923 tot 1954 leefden in de Sloterpolder bij Amsterdam.
Het boek is geschreven aan de hand van een aantal interviews met de nog levende kinderen van de familie Kenter en hun mannen of vrouwen. Deze gesprekken zijn verbonden met meer algemene thema’s over het leven in de polder zoals het water, de tuinderij, het geloof, het kind zijn, de oorlog, de relatie met de stad, de onteigening en het vertrek uit de polder.

Het is een mooi verhaal geworden dat niet alleen een beeld geeft van het leven van de familie Kenter, maar ook laat zien hoe er aan de rand van de stad geleefd werd op een manier die nu bijna niet meer voor te stellen is. Daar komt de bijzondere omstandigheid bij dat de polder relatief geïsoleerd lag ten opzichte van de stad en bijna al het vervoer over water ging.

Misschien is de schrijver Willem van Toorn er nog wel het best in geslaagd om het zo bijzondere karakter van de polder, die alleen te voet en via het water toegankelijk was, te verwoorden. Hij is geboren en opgegroeid op de Postjesweg en keek in de jaren dertig van de vorige eeuw met de ogen van een ´stadskind´ naar dat bijzondere gebied dat tegen de stad lag aangeplakt. In zijn essaybundel ‘Leesbaar landschap’ wordt de betekenis van het water in de Sloterpolder op een treffende manier verbeeld:

“Het Surinameplein lag aan de rand van de stad. De Postjesweg hield op bij de Augustinuskerk. En als je recht voor mijn school een straatje inliep, de Middellandstraat, stond je aan het eind daarvan, op de Orteliuskade, weer aan de rand. Op al die plaatsen keek je uit over laaggelegen land met kleine huizen en schuren, kassen, smalle paadjes en sloten: de Sloterpolder. Daar kon je alleen in via hoge houten bruggetjes voor voetgangers, eventueel met een fiets aan de hand. Auto’s konden er helemaal niet in, omdat er geen wegen waren. Hier woonden de kwekers die Amsterdam van groente voorzagen. Als je ’s morgens vroeg bij de Augustinuskerk ging staan, kon je die kwekers  naar de stad zien komen, in roeiboten of motorbootjes vol kisten sla, andijvie, komkommers en tomaten. Omdat het water in de polder veel lager stond dan in de stad, moesten ze aan de Postjeskade één voor één de stad in getild worden met een overhaal: een enorme ijzeren installatie waar één bootje in kon varen om dan in een zwaai, met kweker, kisten en al, uit de sloot gelicht en in het water aan de Postjeskade neergelaten te worden. Daarvandaan konden ze dan verder naar de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat. De kwekers waren voor het merendeel katholiek; ze kwamen ook met hun bootjes naar de Augustinuskerk voor trouwplechtigheden, begrafenissen en als er een kind gedoopt moest worden. Dan zag je stoeten bootjes uit de polder komen en compleet met bruidspaar en gasten, huilende baby’s of doodskist de stad in worden gehesen.”

Het verhaal is niet alleen een tijdsbeeld, maar ook een eerbetoon aan mensen die vooral door heel hard te werken en liefde voor het gezin, jaar in jaar uit, in moeilijke omstandigheden, het hoofd boven water wisten te houden.

Een verhaal over het dagelijkse leven dat bepaald werd door het ontbreken van wegen en de aanwezigheid van sloten en vaarten. Typerend voor de Sloterpolder waren de aan het water gelegen  houten woningen met hun spoelhuizen, de akkers vol sla en andijvie, de glazen broeibakken die in de zomer de blauwe luchten zo mooi weerspiegelden, de schuitjes op weg naar de veiling, zwaar beladen met kisten vol gele komkommers. Maar bovenal de wonderlijke, ongerepte schoonheid van dit bijzondere gebied.

De prijs van het boek is € 19,95 exclusief € 3,- verzendkosten en het is te bestellen door gebruik te maken van het contactformulier onder contact. In de boekhandel kost het boek € 22,95. U kunt ook mailen naar: pijlschel@hetnet.nl. Voor boekhandels waar het boek te verkrijgen is: zie de home pagina.

Anderen over ‘Een verloren paradijs’:

Anita Geurs-Kenter:
Ik heb je boek in één adem uitgelezen. Wat een mooi verhaal; nooit geweten hoe het leven was in de Sloterpolder. Leuk ook om van alles te lezen over de familie, maar ook het verhaal over hoe alles is ontstaan en hoe dit mooie gebied opgeslokt is door de verstedelijking van Amsterdam. Daarnaast de prachtige foto’s, echt heel leuk hoor.

Tamar Frankfurther:
Wat een fijn boek heb je geschreven! Waar ik vooral heel blij mee ben is dat je de gewone dagelijkse verhalen over het leven in de Sloterpolder zo goed hebt vastgelegd. Daar ben ik erg blij mee, omdat mensen meestal alleen de hoogtepunten vermelden, maar juist de gewone zaken overslaan.

Corrie Kenter:
Met heel veel plezier en warmte heb ik jouw verhaal gelezen. Heel goed verwoord, wat je hebt gehoord. Het is echt een juweeltje.

Gonnie Kenter:
Boek helemaal uitgelezen, echt fantastisch zoals je onze verhaaltjes en de verdere ins en outs hebt verwerkt tot een monumentje.

Ook nog even mijn complimenten voor Frans van der Werf. Wat een werk moet dat geweest zijn om die stamboom uit te zoeken. Mooi om te lezen waar je grootouders vandaan zijn gekomen en alle relaties binnen de families en ook bijzonder om te lezen hoeveel nog jonge ouders en kinderen vroeg gestorven zijn. Het was toch ook een hard leven. Wat hebben wij het toch veel beter. Daar ben ik iedere dag toch weer heel dankbaar voor.

Jaap Kenter:
Ik heb voor het eerst van mijn leven een boek helemaal uitgelezen. Ik heb er nog een heleboel van opgestoken ook. Van veel dingen had ik nog nooit gehoord. Het is een prachtig boek.

Toos Pijnaker-Kenter:
Kees, wat een geweldig boek heb jij geschreven. Zo mooi opgezet en iedereen persoonlijk zijn verhaal laten vertellen. Ik heb geen week nodig gehad om het te lezen. Ik zat weer midden in het kind van vroeger.

Tineke van Raalte:
Met veel plezier je boek gelezen. Het is voor mij zo herkenbaar vooral uit de foto’s en de verhalen van mijn moeder. Zij vertelde altijd heel veel over de polder en haar belevenissen daar.
Mijn eigen herinneringen aan de polder zijn dingen die als kind grote indruk op je maakten, zoals de waterpomp in de keuken bij het raam, het spoelhuis en de waterput. Bedankt.

André Sol:
Mijn kortste recensie: LEES SCHELLING!

Iets langer: het boek leest soepel, ook de foto’s zijn prachtig en illustreren de tijd schitterend. Gedeeld jeugdsentiment, de kleding, de tuin, de eenruiters, de klosjes, de groenten, het onkruid, de vrijheid, lekker buiten en toch in een beschermde wereld. Tevreden oudjes die toch met warmte terugkijken op hun armoedige jeugd.

Anny de Groot-Sol:
Ik heb je boek met veel plezier in een middag uitgelezen. Ook de foto’s vind ik erg leuk. Ik vond het verhaal over Maria Zachea van Judith Koelemeijer ook heel herkenbaar in dit boek zoals de verschillende kijk van ieder gezinslid op de opvoeding. Ik heb meer overeenkomsten met de jongere Kenters dan met de oudjes, maar ik ben ook van 1948.

De druk van het katholieke geloof heb ik zelf als zeer knellend ervaren en ik lees ook bij jou dat de ouderen dat veel meer als ’gewoon’ ondergingen dan de jongste kinderen.
Hard werken,niet praten over gevoelens, maar wel heel goed ‘zorgen’. Dat is ook mooi te zien aan de kleren op de foto’s, ‘t ziet er keurig uit voor de buren en de familie. Ik had ook mooie strikken in mijn haar.
Ik woon in de Witte de Withstraat (ook in jouw boek genoemd) en fiets veel door Osdorp, Sloten en omgeving. Ook heb ik nog een herinnering aan de Sloterpolder, ik wandelde daar aan de hand van Annie Fontijn over de bruggetjes. Slotervaart heb ik zien bouwen, nu zien slopen en weer opnieuw bouwen. Ik voel me opeens oud. We kregen ‘s winters geen pepermuntje maar een ‘hete bliksem’ (hard kubusvorming menthol snoepje), ik denk om warm te worden, je kon er lang op zuigen. Ik heb ook nog een map vol hele christelijke nieuwjaarswensjes (wij kregen na het opzeggen wat geld). We gingen in de maand mei en oktober ook voor Maria op de knietjes na het eten. Degene die als eerste het kerkboek uit ‘t laatje te pakken had, mocht de lange litanie voorlezen, de rest murmelde dan: ‘ontferm u over ons ’. Dat werd echter vaak een knokpartijtje, dus later ging het om de beurt.
Ik ben nog altijd een grootliefhebber van de eerste postelein in ‘t voorjaar, gelukkig kan ik dat op de ten Katemarkt kopen. Ook op Sloterweg 701 zaaide Pa Sol dat nog wel eens in een platte bak, heerlijk! ‘t lezen over de rietmatjes, de klossen enz. doen de herinneringen ook weer boven komen. Ik ontdek dat het woord ‘ook’ veel door mij gebruikt is,dat betekent dus dat ik veel herken.

Louis Mulder:
Met veel interesse heb ik het boek gelezen. Ik kom zelf ook uit de Sloterpolder. Ik ben één van die jongens die priester-Augustijn is geworden (zoals de paters in de Augustinusparochie.) Bij mijn weten is nog één polderjongen priester geworden: Co Buffing (een aantal jaren geleden overleden.) Zelf ben ik nu 80 jaar. Hoewel ik als 12 jarig jochie naar het seminarie ging (Venlo) kan ik de verhalen uit “Het verloren paradijs” goed invoelen en herkennen. Wat was dat toch een totaal andere leefwereld…en eigenlijk nog maar zo kort geleden.

N.N.:
Ik heb het vrij snel uitgelezen (paar dagen) ook wel omdat ik benieuwd was of mijn familie nog genoemd zou worden. Het is wel bijzonder dat van een gezin met 11 kinderen er nog zoveel in leven zijn en ook hun verhaal nog kunnen vertellen en die samen heel veel hebben meegemaakt. Het is ook de herinnering die het paradijs maakt.
Ik zelf ben in de oorlog geboren (1942) en heb ook goede herinneringen aan mijn jeugd. Wij woonden in Oud West, de Reinier Claeszenstraat, vlak bij de Bestevaerstraat.
Er was dan wel geen polder maar de straat was ons terrein want er waren toen nog maar weinig auto’s. In mijn beleving toch net als in de polder met je eigen straat en de omgeving met de mensen die je kent. Wat mij is bijgebleven van onze bezoeken aan onze familie is de aparte polderwereld met bruggetjes, sloten en huizen/boerderijtjes met een zogenaamd botenhuis. Dat laatste heette dan eigenlijk spoelhuis en was in mijn ogen bijzonder en geheimzinnig. Ik vond het een fijn boek om te lezen.

10 gedachten over “Een verloren paradijs

  1. Mijn moeder, Nel van der Veldt-Jonkman, is je boek aan het lezen en ze zegt:
    ” Ik kom van een boerderij, daar was het precies hetzelfde als in het hoofdstuk Het leven in de polder. Ik herken er veel in: een mooie kamer, altijd koud, kleren bevroren op zolder, water uit een waterput halen, allemaal hetzelfde.
    Ik was net zo groos en eigenwijs als Jo, alleen geen lippenstift en nagellak. En nu is daar weinig meer van te merken bij mij.
    Tot nu toe vind ik het erg mooi en spannend om te lezen”.

    Fia van der Veldt

  2. Ik heb goede herinneringen aan de Sloterpolder; tot mijn 12e jaar woonde ik op de Sloterpolder 321E aan de vaart naast de scheepswerf van Ari Gouwerok. Ook over de Osdorperweg heb ik een schat aan herinneringen dus wil ik dolgraag de boeken van je lezen.
    Corry Castelijn

  3. Kees, wat een prachtige boek! Ik heb het ondertussen al drie keer gelezen en elke keer vallen weer nieuwe details op. Elk verhaal afzonderlijk is zó persoonlijk en waardevol. Samen geven ze een prachtig en compleet beeld van onze familie! Dank je wel daarvoor! Lieve groet, Anne

  4. Vandaag mijn moeder gesproken. Zij is erg enthousiast over je prachtige boek over de Sloterpolder. Gisteren hebben jullie elkaar getroffen in Boekhandel Jaspers in Badhoevedorp. Je boek heeft zij bijna in éen dag uitgelezen. Zij waande zich weer even helemaal terug in haar ‘verloren paradijs’ van haar jeugd.

  5. Beste Kees,

    Heb genoten van je boek! Vond het unputdownable, zoals de Britten zeggen. Heb zondag 6 november nog op de parkeerplaats in Sloten een eerste hoofdstuk gelezen (over m`n vader). Ger was inderdaad geen prater, zoals mijn moeder je al vertelde. Wel verhaalde hij heel soms over de armoede thuis in de polder. Dat er te weinig eten was voor het grote gezin. Dat zijn moeder hele dikke boterhammen sneed zodat het minder beleg vergde en ze soms niet mee at met de smoes dat ze geen honger had. Over de oorlog had mijn vader het vrijwel nooit. Dat was voor mij een mysterie. Mijn vader was in het eerste oorlogsjaar 14 en 18 in het jaar dat de vrede werd getekend. Dus zijn belangrijke tienerjaren waren voor een groot deel tijdens de bezetting en dat onder de rook van Amsterdam waar ook de hongerwinter zijn tol eiste. Begrijp het nu beter. De polder was een gemeenschap op zich. Het lag misschien wel onder de rook van Amsterdam, maar de afstand was toch ook erg groot. En er moest gewoon heel hard gewerkt worden in de tuinderij. Enfin, je hebt een prachtig document over het leven in de Sloterpolder en over de familie Kenter gemaakt. Vermoed dat je er vele uren aan besteed hebt om alle info bij elkaar te krijgen en een vlot leesbaar boek op schrift te zetten. Nogmaals zeer bedankt!

    Hartelijke groet,

    Marcel

  6. Hoi Kees,

    Ik heb genoten van je boek. Sommige passages komen me bekend voor uit de verhalen van mijn vader, maar andere weer totaal niet ( hij zou vroeger een “dik” jongetje geweest zijn?). Verder zie ik ook wel enige overeenkomsten met het gezin waar ikzelf in opgegroeid ben en hier heb ik het de laatste tijd veel over met m’n ouders. Dit zijn heel waardevolle gesprekken voor ons en je boek heeft hier zeker aan bijgedragen. Dank hiervoor!

    Groet Tom

  7. Kees, wat een prachtig boek is het geworden. In een adem uitgelezen. Heel leuk om te lezen hoe het er vroeger, in de polder, aan toe ging. Van mijn vader wel verhalen gehoord. Leuk om te lezen dat hij vroeger zo sterk was en “dik”.
    Zou je nu ook niet meer zeggen. We halen nu en ook dankzij het boek herinneringen op. Dat zijn hele leuke en ook wel minder leuke gesprekken. Hulde.

  8. Een verloren paradijs

    Als je met tram 2 door Nieuw Sloten rijdt of met de TGV langs station Lelylaan heb je geen flauw benul wat op deze plekken vroeger is gebeurd. Ja, Slotervaart, Osdorp, Geuzenveld worden de Westelijke tuinsteden genoemd. Gebouwd op opgespoten zand uit de Sloterplas. Net als velen andere Amsterdammers zijn in 1955 mijn ouders met drie kinderen vanuit de oude woning op Kattenburg naar de lichte en (toen) ruime flat in Geuzenveld verhuisd. Met veel enthousiasme en zin in de nieuwe toekomst.
    Precies in dat jaar eindigt het boek ‘Een verloren paradijs, het leven in de Sloterpolder van 1920 tot 1955’. Is het toeval dat verschillende werelden nu pas bijeen komen?

    Het boek leest als een avontuurlijke reis naar verre oorden. Naar een werelddeel waarvan we dachten dat we die kenden, maar na lezing een veel diepere indruk nalaat. Het boek is de vertelling van de opkomst van een tuindersfamilie, de groei en bloei van een gezin in een verborgen polder onder de rook van Amsterdam. Elke dochter en zoon haalt levendige herinneringen terug. Benoemt de niet benauwende maar warme saamhorigheid van rust, reinheid en regelmaat. Ondanks dat er altijd moest worden gewerkt en de armoede op de loer lag. ‘Het leven was vooral zorgeloos voor ons als kinderen. Dat is ook wat ik in mijn ouders waardeer. Voor hen was het hard werken om met die tuinderij een gezin met 11 kinderen te onderhouden. Het was altijd weer afwachten wat de groente op de veiling deed’.

    Het geloof was sterk aanwezig en drukte bij voor- en tegenspoed haar stempel. De eerste communie was niet alleen een groot en uniek feest maar droeg ook bij aan de emancipatie; het gevoel als mens te worden gezien. ‘De dag heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten om voor één dag in het middelpunt van de belangstelling te staan.’ Het geloof bood ook berusting bij groot verdriet. Nadat moeder drie baby’s had verloren schreef zij op het bidprentje: ‘We hadden een bloempje. We minden het zoo teer; Maar God had het liever. En ontnam ons het weer.’

    Hadden vader en moeder geen tijd voor het leven in de stad, de kinderen ontwikkelden wel degelijk de drang naar vernieuwing en staken hun nieuwsgierigheid niet onder stoelen of banken. Zij wilden gewoon meedoen en deden waar het kon hun zin. Ook de vooruitgang is niet tegen te houden. ‘Ik heb het einde in de polder nooit erg gevonden. Het kwam misschien precies op het goede moment. Ik was erg met mezelf bezig en wilde leven. Uitgaan, dansen en winkelen.’ Aan de strakke regels werd getornd en ‘voor de lieve vrede’ werd dat ook geaccepteerd.

    ‘Het verloren paradijs’ is een spiegel voor de huidige tijd waarin het terug gaan naar de ‘goede oude tijd’ populair is en angst voor het nieuwe en het onbekende groot is. ‘Het verloren paradijs’ ondermijnt die valse nostalgie subtiel. De kleine verhalen van gewone mensen laten groei, nieuwsgierigheid en daadkracht zien naar het onbekende. Mensen die weten wat zij hebben, maar zich zelf willen verbeteren. Juist buiten de eigen traditie om zich een nieuwe plaats veroveren. Wat oprijst uit ‘het verloren paradijs’ is de kracht van solidariteit. De aandacht voor mensen die het nog moeilijker hadden, is een waarde die we ook in onze tijd mogen koesteren.

    Het boek blijft echter wel een familieverhaal. De persoonlijke verhalen zijn mooi, maar lopen het risico van herhaling, soms in letterlijke zin. Nu het levensverhaal ‘in’ is, zou de schrijver in een volgend boek meer samenhang kunnen aanbrengen en verdieping naar hedendaagse thema’s. Want dat laat het boek wel zien; zeuren kunnen mensen nog steeds, maar, mede dankzij de Sloterpoldenaars, weten we dat we in een veel betere en welvarende tijd leven.

    Henk Bruning

    Een verloren paradijs
    Het leven in de Sloterpolder van 1920 tot 1955
    Kees Schelling (2016)
    http://www.keesschelling.nl

  9. Beste Kees, n.a.v. het boek
    “De Kwestie Vrederust”, geschreven door mijn broer Paul Kroes, over de uithuiszetting van mijn ouders en hun toen 6 kinderen, in 1955 en het daarna opnieuw beginnen in Oud-Osdorp,
    ben ik jouw boek “Het verloren Paradijs” gaan lezen.
    Je hebt het zo mooi beschreven, je zou willen dat je er gewoond had.
    De verhalen van mijn schoonvader, Harry Holla, die daar ook heeft gewoond met zijn ouders Docus Holla en Johanna Harte en zijn 12 broers en zussen, kwamen weer allemaal naar boven. Heel bijzonder hoe die mensen daar geleefd hebben. Jammer dat die Sloterpolder verloren is gegaan. Een mooi familiedocument, echt een aanrader om te lezen.

  10. Hallo Kees!!

    Ik heb je boek in één keer uitgelezen ,en daarna nog dagelijks ingekeken.
    Als 7 jarig meisje kwam ik met mijn familie, naar de sloterpolder!
    Wij woonden achter de familie Kenter,waar ik zelf heel vaak kwam.
    Ik was vriendin met Gonnie.
    Het zijn hele mooie herinneringen, en je gaat door jou verhalen weer terug
    in de kindertijd!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *